Het belang van recreatie, toerisme en vrije tijd blijkt moeilijk te onderbouwen met feiten en cijfers. Met een sterke feitelijke argumentatie kunnen deze sectoren eerder in het beleidsproces een rol opeisen. Op basis van de feiten kan vervolgens een beleid worden ontwikkeld dat beter aansluit op de vraag.
De informatie bestaat wel. Verschillende partijen verzamelen gegevens, maar doen dat vanuit hun eigen invalshoek. Definities of beschikbaarheid verschillen en daardoor is het lastig om de bronnen te verbinden. De brede feitelijke argumentatie, die nodig is voor beter beleid, ontbreekt daardoor.
Verkenning
Het Kenniscentrum Recreatie verkende in 2009 de mogelijkheid om een ‘recreatiemonitor’ te ontwikkelen. Het ministerie van LNV financierde deze verkenning. Uit de verkenning bleek dat er grote behoefte is aan basis kengetallen over de toeristisch-recreatieve sector, trends in vraag en aanbod en demografische ontwikkelingen. Het Kenniscentrum Recreatie heeft een breed begrip van recreatie. Recreatie hangt immers samen met ondermeer ruimtelijke ordening, economie, gezondheid en natuur.
De recreatiemonitor bevat kwalitatieve, kwantitatieve en ruimtelijke informatie over recreatie, toerisme en vrijetijdsbesteding. Wetenschappelijk onderbouwde, objectieve informatie waarmee maatschappelijke discussies en politieke besluitvorming kunnen worden onderbouwd. Uit de monitor blijkt de feitelijke stand van zaken, met de mogelijkheid vergelijkingen te maken. Daarmee kan een beleidsdiscussie op een hoger niveau worden gevoerd: wat is het juiste beleid gegeven de feiten?
Een voorbeeld is strategische regionale planvorming. Uit de monitor kan blijken dat een bepaalde regio minder bezoekers trekt dan de omliggende regio’s. Uit de monitor blijkt vervolgens dat het recreatieve aanbod eenzijdig is, en dat trends aan de vraagkant steeds diverser worden. Dat is een aanwijzing om het aanbod te heroverwegen en diversificatie te stimuleren. De beleidsvraag is dan ‘hoe diversifiëren we het aanbod’ en niet meer: ‘wat moeten we doen om bezoekers te trekken?’
Verschillende partijen onderkennen het belang en de meerwaarde van de recreatiemonitor. De bereidheid om er aan mee te werken is dan ook groot.
Twee versies
In 2010 werkt het Kenniscentrum Recreatie met subsidie van het ministerie van LNV aan de eerste versie van de recreatiemonitor. Wij brengen de partijen bij elkaar die de monitor gaan vullen en gebruiken, verzamelen de feiten en cijfers en ontwerpen het systeem.
De tweede helft van het jaar bouwen we een basis: recreatiemonitor 1.0.
Deze bevat informatie die het ministerie van LNV nodig heeft om beleid te vormen. Dat is informatie over vraag en aanbod, kentallen (opvangcapaciteit, normering), bedrijfseconomische gegevens en wet- en regelgeving.
In 2011 bouwen we, onder voorbehoud van financiering, verder naar recreatiemonitor 2.0.
Deze bevat ook de informatie die andere overheden en sectororganisaties nodig hebben om beleid te maken op landelijk, provinciaal en regionaal niveau.
Meer informatie: Rob Berkers (070-312 49 82) of Doede de Jong (070-312 49 96)
